Verberg winkelmandje
U heeft geen artikelen in uw winkelmandje.

Rabarber

Het lijkt fruit, het is een groente. Een onvervalste lentegroente zelfs. Rabarber steekt vanaf maart langzaam zijn gekrulde blad en bloemknoppen boven de grond en rolt zich dan in no time uit tot de bekende lange groenrozerode stelen. Hoe dunner en steviger die stelen, des te lekkerder je rabarber. Rabarber die je vroeg in het seizoen koopt (nu dus), is sowieso lekkerder dan grote, volgroeide rabarber. Als je rabarber mét blad koopt: meteen het blad eraf halen. Het zuigt de stelen leeg waardoor je rabarber slap wordt. Dikke stelen snij je aan de onderkant een stukje af (ongeveer 1 cm) en schil je eventueel een beetje. En dan ga je ermee aan de slag. Gouden tip: kook je rabarber niet met een plens water. Gebruik zo min mogelijk (een paar lepels). Of liever nog: gebruik sinaasappelsap. Rabarber en sinaasappel is zo'n typische 1 + 1 = 3-combinatie. 

Maak maar eens: jonge rabarber en sap en rasp van bloedsinaasappels. Neem daarvoor een mooie bos jonge, dunne rabarber en snij in stukjes van ca 4 cm. Leg in een ovenschaal. Rasp de schil van 1 sinaasappel erover. Pers de sinaasappel uit en giet het sap erover. Halveer 2 vanillestokjes en schraap de kern eruit. Verdeel over de rabarber. Bestrooi met 3 eetlepels fijne witte basterdsuiker. Zet 15 tot 20 minuten in een oven van 150 °C. En serveer lauwwarm met een flinke schep van de allerlekkerste crème fraîche die je kunt vinden.